Sommige albums ontstaan waar verschillende verhalen elkaar raken: de persoonlijke geschiedenis van een artieste, klanken die uit het verleden zijn geërfd en mensen die besluiten samen iets te maken wat geen van hen alleen zou kunnen creëren. 5:55 is zo'n plaat.
Charlotte Gainsbourg bracht hem in 2006 uit, twee decennia na een kinderdebuut dat ze met haar vader had opgenomen. Het was pas haar tweede studioalbum en het ontsnapte meteen aan eenvoudige categorieën.
Architecten van het geluid
Het duo Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin, weefde het muzikale materiaal van de plaat. Hun synthesizers, piano en zachte gelaagde arrangementen vullen elke ruimte met hun kenmerkende subtiliteit. Nigel Godrich, bekend bij iedereen die naar Radiohead heeft geluisterd, nam de productie voor zijn rekening.
De drummers Jeremy Stacey en de legendarische Tony Allen sloten zich bij de sessies aan. The Millennia Ensemble nam de strijkers op onder leiding van David Richard Campbell, met Joby Talbot als mede-arrangeur. Jarvis Cocker van Pulp en Neil Hannon van The Divine Comedy schreven de teksten, wat de literaire kwaliteit en lichte ironie verklaart die door het hele album sijpelen.
Een gesprek met haar vader
Serge Gainsbourg kan in geen enkel verhaal over 5:55 worden overgeslagen. Zijn schaduw verschijnt meteen, maar Charlotte imiteert de stem van haar vader niet. Ze gaat met hem in gesprek.
In The Songs That We Sing roept een strijkersfrase even de sfeer van Bonnie and Clyde op. Het gebaar is bewust en precies, geen eerbetoon maar een dialoog. Herhaalde baslijnen, hypnotiserende drumloops en de sensuele sfeer van de woorden kunnen aan Histoire de Melody Nelson doen denken. De erfenis is aanwezig zonder verstikkend te worden.
Serge was zijn hele leven gefascineerd door de vrouwenstem als instrument. Hij nam op met Brigitte Bardot, Jane Birkin en Catherine Deneuve omdat de breekbaarheid en dubbelzinnigheid van die stemmen hem boeiden. Bewust of onbewust zet Charlotte die traditie voort met haar eigen timbre, dat soms verbazingwekkend dicht bij dat van de jonge Jane Birkin komt. Familiegeschiedenis en het Franse chanson raken nog nauwer met elkaar verweven.
De titel biedt nog een aanwijzing. 5:55 is een stilgezet moment tussen nacht en dageraad, wanneer de stad nog slaapt maar iets al begint te bewegen. Een passende metafoor voor muziek die nooit helemaal uit haar halfslaap ontwaakt.
De stem als instrument
De grootste kracht van het album is paradoxaal genoeg het stilste element. Charlottes breekbare, bijna gefluisterde stem blijft altijd één stap van de stilte verwijderd. Ze vecht niet om aandacht, maar glijdt de muziek binnen en wordt er deel van.
In een wereld die vocale krachtpatserij beloont, vraagt zulke terughoudendheid moed. Juist die geeft nummers als 5:55, Jamais en Little Monsters hun kracht. Er is geen drama, alleen een sfeer die langzaam groeit en lang blijft hangen nadat de luidsprekers zijn verstomd.
Charlotte had jarenlang afstand gehouden van muziek en voelde zich meer aangetrokken tot acteren. Het maken van 5:55 was daarom een moedige terugkeer naar een ruimte die altijd verbonden was met de enorme schaduw van haar vader. Dat ze daarbinnen zichzelf wist te blijven, is misschien de grootste prestatie van het album.
Wat blijft
5:55 is door zijn elegantie, soberheid, ironie en afstand diep Frans. Toch is het meer dan een esthetische oefening.
Het bewijst dat je naast een grote erfenis kunt leven zonder erdoor te worden verzwolgen. Charlotte Gainsbourg vlucht niet voor de achternaam die ze draagt. Ze maakt er materiaal voor haar eigen werk van, een gesprek met de geschiedenis.
Het resultaat is intiem en ongehaast. In muziek die steeds vaker schreeuwt om gehoord te worden, is het vermogen om te fluisteren werkelijk zeldzaam geworden.













Reacties
0